Wednesday, November 20, 2019

De dag was voor mij in Brussel gestart, in de vroegte nog. Ik liep van de bioscoop, in het noorden, waar tegenwoordig schijnbaar alleen nog Mission : impossible werd vertoond, zuidwaarts, enigszins bergop. Ik liep zo de catacomben van Brussel-Centraal binnen, waar bedelaars en daklozen zaten.

Veel geld had ik niet meer. Ik had de vorige dag zowat mijn laatste geld besteed aan een slaapzak, want ik begreep dat ik voortaan op straat moest slapen. Van het treinstation liep ik naar het oude Justitiepaleis, waar tegenwoordig geen rechtbanken meer ondergebracht waren, maar waar alleen nog een mysterieus labyrint van overbleef, gevuld met vergeten dossiers en zoemende, lege vergaderzalen. Ik kwam in een portiek, die, net als de hoofdingang, gewijd was aan de godin Pallas, en liep langs een trappenpartij naar de eerste verdieping, waar ik een standbeeld van Ulpianus zag, een Romeins rechtsgeleerde.

Ik klopte op een bronzen poort, maar in plaats van dat er een verdwaald advocaat antwoorden zou, draaide de reusachtige poort traagjes open, zonder het minste geluid.

De gangen en zalen combineerden zich tot een labyrint.

Ik liep onder de pijlers van het oude Justitiepaleis, diep ondergronds, maar nog net boven de zeespiegel, aangezien het paleis bijna een hele heuvel in beslag nam, waar ik onderwijl stiekem binnen geglipt was. Bij een van de zijingangen, die zich op verschillende niveaus bevonden, omdat het paleis in een hellend vlak was gebouwd, stond een placarde.

Op de placarde stond een plattegrond, maar was niet meer leesbaar.

Een reusachtig eclectisch gebouw dat veel kritiek onderging, door sommigen een gedrocht en misbaksel genoemd. Want sommige gangen eindigden op een deur, waarbij, als je deze opende, dit gewoon uitgaf op een dichtgemetselde muur, alsof er geheime doelen werden gediend, die al dan niet werkelijkheid waren geworden, zij het nu in het verleden, of in een niet nader bepaalde toekomst.

Eigenlijk wist niemand hoe dit paleis er vanbinnen werkelijk uitzag. Als locatie voor het paleis werd de vroegere Galgenberg uitgekozen, waar eertijds misdadigers opgehangen werden. De 'chief architect' van dit gebouw was, in de woorden van de plaatselijke bevolking, een 'schieven tist'.

Het was alsof er voortdurend een gekostumeerd bal op beginnen stond, waarin een fantoom, van de Brusselse Opera, de plek onveilig maakte, of een Guy Fawkes tonnen met buskruit in de kelder had gerold.

Getuige hiervan de gehangenen, die mij aan het schrikken brachten, en die in een luisterrijke zaal meedogenloos opgeknoopt waren. Ik zag geen bekenden van mij. Getuige hiervan ook de met roet en rook besmeurde wanden van de reusachtige toiletten, waarin ik hoogdringend een plasje ging maken. De majestuositeit van het Justitiepaleis bracht mij aan het duizelen.

Ik vond het allemaal een beetje akelig. Momenteel liep ik doorheen iets, wat een balletzaal moest zijn geweest. Er was een houten reling, waaraan ik een plié maakte, en er waren spiegels, die tot aan het plafond reikten, maar die mat aan de randen waren.

Het was zowat onmogelijk een wereldrecord zeepbellen blazen te controleren op haar echtheid en geslaagdheid.



't Ging hier over de verschijnselen van de Planeet, dacht ik, in welke vorm of met welke denkfout deze ook opduiken wilden. Ik schreef nog een hoofdstuk over hongerige wolven, en gaf er dan, voor die dag, de brui aan. De volgende dag zou ik wel weer iets nieuws verzinnen.


Tuesday, November 19, 2019

 

Elektriciteit komt van andere planeten



My sensory perceptions are a window on the world but also a prison... Ik kan niet actually see outside of it, and still something may exist there... 
Een shockerend idee, we creëren een interface, door wat we zien en waarnemen, eye en mind candy, de pictogrammen op een bureaublad, maar niet de computer zelf, niet de chips en circuits, niet de dioden, de voltage of elektriciteit in de binnenhuisarchitectuur ervan, een symbolisch hoofdpijn, die ik zelf niet kan voelen, omdat ze die van iemand anders, de jouwe misschien... De wereld die we ervaren is een Matrix, een deelse (gedagvaarde) realiteit, en in die zin 'illusionair' in zoverre ze in betrekking staat tot een ruimere, diepere realiteit, maar wel pretendeert alles te representeren in ruimte en tijd... 
Als je het pad van een asteroïde kruist, en je wil er voorbij, dan hoef je geen bom te gebruiken, maar je zal je baan moeten veranderen, omdat zo'n asteroïde tenslotte een verzameling van puin is, die zich een weg doorheen de ruimte baant... Ik hou er wel van tijd door te brengen in een kerk...


Er was het leven als Mens in de volle natuur, al moest daar nog heel wat aan gesleuteld worden, en er was het leven als Mens in cultuur en wetenschap, tussen donder en donkere materie, tussen geest en rekenschap, waarbij er zich een gemeenschappelijk bewustzijn de kosmos evenaarde, over de grenzen van leven en dood heen, over de grenzen heen van tijd en ruimte.

-

Als er ons een buitenaards wezen zou benaderen, zouden we dit wezen dan begrijpen, gesteld dat het niet een heel pak machtiger ware dan onszelf, en ons daarom eigenhandig bijscholen zou ? Een interne ervaring, die ik aanvoel als 'waar'. Niet alleen trekt de Aarde de Maan aan, en de Zon de Aarde, maar iedere planeet trekt andere planeten naar zich toe, hoe minimaal ogenschijnlijk ook. Wat we doen, en waar we ons mee bezighouden, tracht dat niet een loutere benadering van de werkelijkheid - en van de waarheid - te overtreffen ?



Friday, November 15, 2019

 


Farao Cleopatra zat aan de oranjegele Tikipunch en liet een handkar vol skunk haar paleis binnenkarren, het piepte op de marmeren vloer, de houten raderen van de wagen.

'Dit is het nieuwe spul, waarin ik ga dansen,' zei de farao, zo noemde de beeldmooie Cleopatra zich toch weer, na al die jaren zich de macht toegeëigend te hebben.

Het was november, maar nog altijd een aangename 26 graden.

De reissom van de gezanten van Rome die op de farao kwamen inpraten om zich onder het gemenebest Rome te scharen, was beduidend. De boten kosten geld, de administratie van het inschepen en de dure geschenken kosten geld. De slaven die roeiden, kosten geld. De senaatzittingen waarin ertoe werd besloten, kosten zelfs geld.

De gezanten kwamen met tal van complimenten voor de schoonheid van de farao en van haar rijk aanzetten, maar Cleopatra wist dat ze met een dubbele tong praatten.

Toch tutoyeerde ze hen, opdat ze de indruk wekte dat ze hen vertrouwde, dat ze zich meegaand en inschikkelijk opstelde. Ze barterde zelfs om haar satijn te ruilen voor de paarden die de gezanten bijhadden. Romeinse paarden kenden qua briesen en hinniken hun gelijken niet, alsof de dieren wisten dat ze bij het machtigste rijk op de aardkloot behoorden. De aanwezigheid van de dienstmaagden van de farao, de mooisten met blote borsten, imponeerde de Romeinse gezanten zodanig dat ze op gedempte toon praatten telkens er een de troonzaal binnenkwam met mirre of met kaneelrolletjes.

Cleopatra zelf at druiven en maakte bij iedere druif een wens, een wens om de boten te zien branden buiten in de haven. Niet de hare, maar die van de Romeinen, en die Romeinen zelf dan onder dwang de Zee in te laten marcheren.

Tot ze verdronken.

De files op de Via Appia bereikten als fake news het oor van de farao en ze schalkte erom en had er binnenpretjes om. Het zag ernaar uit dat het nieuwe Keizerrijk onder zijn eigen gewicht ging bezwijken op een dag.

De gezanten, die Cleopatra op dit zondige genoegen betrapten, verzekerden de farao dat Rijkswaterstaat gebruik maakte van nieuwe, revolutionaire lusdetectoren die gegevens van snelheid en intensiteit van het verkeer op de beroemde Via's verzamelden en het doorspeelden naar een centraal orgaan die er wel raad mee wist. Centrale organen had Rome in overvloed, dat was, zou je kunnen zeggen, Romes specialiteit. Ze beweerden dat de gekruisigde slaven in het seizoen op de Via's zoveel ramptoerisme veroorzaakte dat de karren en de paarden vertragen moesten om elkaar te passeren en zich een weg rond de gapende geïnteresseerden te banen.

Bloed en gore was een van de corebusinessen van het grote Rome.

Net op dit punt kwam een adviseur, onder het mom van een roze drankje dat iemand op een zilveren schotel kwam brengen, iets in het oor van de farao fluisteren. De diplomaten op visite zagen het verschrikt gebeuren, maar de farao zei, maak je niet dik, ik geef niet om wat fluisteraars zeggen. Dus spreek op, wat zijn jullie eisen ?

Cleopatra stak een bolletje in haar oor en draaide aan een wieltje onder haar oorschelp, misschien was het een hoorapparaat, misschien was een oortje zodat ze in contact stond met nog andere adviseurs achter de schermen.

'Rome brengt zijn mensen in stelling,' sprak de leider van de gezanten, 'opdat Egypte haar bevolking Latijn leert als ze een baantje willen krijgen in ons grote rijk.'

'Jullie grote rijk ?' sprak Cleo, 'Ik ben onafhankelijk.'

'Met alle respect, zonnegodin, nu nog wel, maar uw alliantie met Mark Antony impliceert dat u deel uitmaakt van Rome.'

Cleopatra kuchte eens. De gezant ging verder.

'Zeker voor uw defensieve functies mag u alleen Latijnsprekende mensen aanstellen voortaan, dat is het bevel dat ons doorgegeven is. Latijn moet uw tweede taal worden. Van uw rijk en met de tijd zelfs de officiële voertaal. U moet contactpunten en scholen oprichten waar de mensen die niet vertrouwd zijn met Latijn, het kunnen leren.'

'En wie gaat dat betalen ?' vroeg Cleopatra.

'Rome zal u een aanzienlijke toelage schenken,' zei de andere gezant, zoals de eerste in een wit gedrapeerd laken, maar in plaats van met een gouden speld een zilveren.

'Vergis je niet,' zei Cleopatra, 'ik ben op deze troon terechtgekomen door rechtstreeks toedoen van de zonnegod.'

'Dat is geen probleem,' zei de diplomaat, 'dat aanvaardt Rome.'

'Maar de zonnegod spreekt vanouds Egyptisch,' zei de farao. 'Als ik met een luchtschot kabaal bij de vogels veroorzaak, bij de ibissen en de kwinkeleers, als die diertjes dan verschrikt opvliegen wanneer ze 't schot van mijn buks horen, dan kwetteren ze alle in het Egyptisch. Immer.'

'Zo,' zei de eerste gezant bedachtzaam.

'Als de muil van de heilige krokodil vanzelf openschiet, om een onvoorzichtige Romein op te peuzelen, of om een plevier zijn tanden te laten reinigen, ook dan zijn de klanken die die alligator lost, Egyptisch. Immer. Ik heb het nooit anders geweten,' besloot Cleopatra, 'sommige dingen zullen nooit veranderen. Zo is het.'

Cleopatra hikte als een startende Jaguar-E na het drinken van wat gouden Elixir d'Anvers (tot mijn verbazing). Ze had een tattoo van Donald Fauntleroy Duck op haar arm, in zijn marinepakje, zag ik nu, alsof die eend een figurant was in haar levendige verbeelding - een figuur die ze hanteerde om altijd, op ieder ogenblik, in de mogelijkheid te verkeren terug te grijpen naar wat ze ooit als de waarheid achtte - naar wat betere tijden waren.

Cleopatra was erg nostalgisch, ze was in het Koinè Grieks opgevoed. Ze had een uitgesproken Hellenistische achtergrond. Er zat ook weinig filter op wat ze zoal zei. 

Maar ze hield van de Egyptische taal.

 https://www.facebook.com/share/v/19iVZT8Uiy/