Ik denk terug aan die zwerm spreeuwen boven ons een poosje geleden. Mijn klankentapper hunkert, om ook zo’n draak niet te storen in zijn nesten, naar een bed van Athenestenen en Gallisch stuifmeel, tussen hazelaars en brousse, naar een relaas over Wolvens wraakroepende Dr. Martens.
*
[Maar] de waarden van mijn cultuur kunnen niet samen
geïmplementeerd worden en intact gehouden worden. Een heel grote proportie van
mijn handelingen bestaat uit compromissen waarin het gedeeltelijke of
fragmentaire redden van een waarde plaatsvindt ten koste van het vollédig
redden ervan, en dit verlies vindt plaats teneinde gedeeltelijk een ándere
waarde te redden. Dagelijks leven wordt samengesteld uit zo’n schikkingen. (Kolakowski)
De graad van acceptabiliteit van een compromis – de
breedte van het mogelijke opgeven van een gedeeltelijke actualisering van een
waarde in het belang van een andere waarde – wordt niet duidelijk gedefinieerd
door de normen van mijn cultuur. (Kolakowski)
De terechte nood aan mythes geplaatst versus een
geldige zelfverdediging tegen de dreiging van mythes [die gevaar propageren],
is een botsing die het gevoelige gebied van onze beschaving laat zien, het
vergiftigde weefsel ervan en de beschamende ziekte ervan.
[I]n zoverre het succes oplevert, wordt het
ontvluchten van mythes een capitulatie onder druk van onmiddellijke feiten, het
wordt het goedkeuren van onophoudelijke distracties, een aanvaarding van een
leven dat zomaar wat voortstroomt in een opeenvolging van gebeurtenissen
waarvan elk op zich uitputtend is en die tezamen naar niets verwijzen.
Het ontvluchten van mythes is de angst in het gezicht van het onderzoek naar de toevalligheid van de wereld en het zoekt manieren om die angst te dempen; evenmin is zo’n ontvluchten vrij van bedrog.
Het vaakst is het zoéken naar mythes daarentegen een
poging een autoriteit te vinden die voor ons zorgt en die op makkelijkere wijze
omgaat met ultieme vragen, ons uitrust met stabiele waarden-hiërarchieën, ons
omringt met een dicht struikgewas van wegwijzers, ons ontlast van [een
onverdraaglijke] vrijheid, ons opnieuw omwikkelt met de cocoon van een
kindertijd, en onze luie nood aan onderdanigheid bevredigt; maar een
bevrediging die op deze manier wordt gerealiseerd is ook niet vrij van bedrog.
Is het mogelijk voor een mythe om te functioneren in
zijn sociaal-onmisbare functie zonder enige dreiging van mythologische angst?
En, analoog, kan er een houding zijn die toestemt in de deelname aan een
mythisch gedefinieerde, humane fellowship zonder deze deelname te gebruiken als
een excuus om verantwoordelijkheid voor ons leven uit de weg te gaan?
Ten eerste, het is haast onmogelijk een mythe
effectief te programmeren en tegelijk uit te blijven gaan van de instrumentele
waarde ervan; het is onmogelijk een mythe te decreteren. Ten tweede, de inhoud
van mythes kan niet garanties insluiten tegen interpretaties die hen zou
veranderen in organen van repressie en despotisme
(Kolakowski)
*
Misschien komt er dan een T-rex met de roepnaam Jupiter terug aan de leiding van de draken te staan. Je weet nooit. Maar dat moet ie dan wel eerst verdienen. Zijn gebrul en geschreeuw in de moerassen of savanne wordt dan een ode aan de woestheid en de wildernis van de natuur, die zichzelf altijd zal zien te redden, indien nodig ten koste van die mier, die luis in haar vacht : de mens. Graaauwl. Daarom onze waarschuwing uit een ver vervlogen verleden. Met enige fantasie.
*
Als men zegt ‘Springt de haas over het hek ?’ dan gebruikt men fonetische, lexicale en grammaticale conventies om iets te zeggen. De uitvoering van deze handelswijze is louter de uitvoering van een locutie, de act van het zeggen van iets. In het aangehaalde voorbeeld komt daar echter nog iets bij. Het stellen van een vraag is immers ook een voorbeeld van een illocutionaire act.
Net als het maken van een bewering trouwens, het geven van een bevel of het maken van een belofte. Zo lezen we in How to do things with words :
Surely to
state is every bit as much to perform an illocutionary act as, say, to warn or
to pronounce. (…) Consider such an unexceptionable remark as the following :
In saying
that it was raining, I was not betting or arguing or warning : I was simply
stating it as a fact.[1]
[1] Austin
John Langshaw, Urmson J.O., Sbisa Marina, How
to do things with words. Harvard
University Press, 1975, p.134.
*
Dit wekte mijn nieuwsgierigheid. Wise kon met de dieren praten? Het mantelbeestje ging in een geopende patrijspoort zitten, ik begreep niet meteen waarover dit diertje, onze correspondante sauvage zo enthousiast schetteren wilde. Werkelijk, over jongens en meisjes? En waarom? Waren de meeuwen verstaanbaar, nu mijn vertellen zo’n portie in beslag neemt dat het quasi wachten is op een koor van engelen om een tranen van lachen in mijn ogen te krijgen, of om een barbaars afschudden van hangende sneeuw te herleiden tot een storm van redenen om nog iets roerends uit een rollende Instagram-thread tevoorschijn te snuffelen? Iets roerends.
*
Ottertroon
entertains en helpt ons om topics van blijvend belang beter te begrijpen.
Tegelijk ontsnappen we in een andere wereld, te weten die waar de vraag naar
hoe we moeten denken, beelden opgeplakt krijgt, die ons troosten
en die ons tastbare boeien aan de hand doen.
- Boeien in de zee van het onvoorstelbare, waaraan we ons kunnen vasthouden bij het beantwoorden van die onderhavige vraag, doordat onze fantasie geactiveerd wordt en er tastbare gewaarwordingen worden opgeroepen.
Maar omdat er een happy
end is, zijn we toch opgetogen het allemaal meegemaakt te hebben en begrijpen
we voortaan bij onszelf beter hoe we pijn, gemis of verdriet mogen benaderen.
En dan blijkt dat de rit hiernaartoe ook niet zonder waarde, vooruitzichten,
genoegen en voldoening was.
*
Zo groeide er een
zeldzaam zichtbare flower tussen de rotsen, niet zoals je verwachten zou groen
of van de categorie alg en wier, maar geel en haar stengel als een polsstok uit
de zwarte rotsen uitschietend, haar stempel verrassend sterk en stevig, de drab
tussen de rotsen die schijnbaar op deze wijze een koude kilt of een verrafelde
sjaal nabootste, om de opmerkelijk bloem met slijm en smurrie te beschermen
tegen de koude van het water en de slag van de branding – zo groeide er deze
bloem tussen de rotsen en Crib de visser zei…
‘Dit is de zeldzame
Morrency Chama, een bloem die alleen hier groeit – als je even rondzoekt, zal
je er nog meer vinden... Ja, nu zijn dit bloemen, maar in de winter zijn het
onze gedachten... Die transformatie ondergaat deze gele elite in de winter
ieder jaar, indien ze al de storm en de branding overleven...’